Naam Overbeeke Nederlands

UA-2144327-1>

Het geslacht van Overbeeke. Stamboom memoires reisverslag,, samengesteld door Johan
van Overbeeke. Aanwezig in het Centraal bureau voor Genealogie te den Haag.

De naam komt voor zover bekend uit Zeeland sinds 1609.

Voordien en nadien zijn er nog vele bekend in Vlaanderen. De aansluiting met hen is niet te vinden wegens de vlucht uit Vlaanderen omstreeks 1580, omreden van geloofsvervolging.
De oudste van Overbeeke’s vinden we in de Vlaamsche steden Gent, Brugge, Leuven,
Antwerpen en Kortrijk en op het platteland daaromheen.
Gegevens van het Belgische geslacht van Overbeeke, anno 1288.
Jan, Heer van Petegem, liet in Petegem het kasteel van Overbeeke bouwen, dat Robert van
Bethune, Graaf van Vlaanderen verhief tot heerlijkheid toen, (of omdat) hij zich weer herstelde volgens de acten van het jaar 1288.
Zijn zoon Jan, Heer van Overbeeke, ridder, diende Lodewijk Graaf van Vlaanderen zowel in vrede als in tijden van oorlog. Om die reden gaf die graaf aan hem een rente van 100 gouden ponden. (Paris)
Hij had twee zonen:
1) Jan Heer van Overbeeke, raadsheer van Lodewijk (de jonge)  graaf van Vlaanderen, 1360.
Zijn zoon Lodewijk van Overbeeke huwde met een dochter van Jan Tollius, burggraaf (vicomte) van Aalst.
2) Lodewijk van Overbeeke had uit de verdeling van de Walle het kasteel Kortrijk. Hij huwde met Marie van Landeggen, vrouw van Nelle. Hun zoon (Rogier ?) noemt zich Heer van de Walle, ridder 1379….
Diens zoon Lodewijk, Heer van de Walle voert het wapen van Overbeeke.
(vertaald te Brussel uit het origineel.)

Belgische tak. (uit het Frans vertaald.)

De grond en heerlijkheid van Overbeeke, liggen bij het dorp Petegem, wijk van het district van Gent, is voedster geweest van een oud en adellijk geslacht van die naam en zijn ingeschreven in de stad Gent, ene Gillis van Overbeeke, dewelke kreeg bij juffrouw Anne Goetgebeure, Jacquis van Overbeeke, die als vrouw had juffrouw Margriete Haegelijnx van een weledele familie uit Vlaanderen.
Zij kregen Francois en Robert van Overbeeke, hetgeen blijkt uit het register van de parchons (kadaster) van Gent uit het jaar 1491, blz. 105, waar wordt gezegd, dat de grond bestaat uit 15 bunders land en verschillende heerlijke rechten.

Meester Philips van Overbeeke, in die tijd raadsheer van de raad van Vlaanderen, die als vrouw had mejuffrouw Josine Sturms, dochter van Aarnout Sturms, Schepen en onderbaljuw van Gent, geboortig uit deze edele familie, waaruit ook afkomstig is Antonie van Overbeeke, die is gelieerd met mejuffrouw Fraccise de Gruijter, dochter van Gijselbracht, die zijn vermeldt onder de Baljuw’s van Gent op hun plaats.
Zij droegen het wapen met zilveren levron (keper) met drie zwarte merels.

Uit het geslacht van OVERBEEKE